Toespraak van de Minister van Defensie mr. F. H. G. De Grave, ter gelegenheid van de herdenking bij het Nationaal IndiŽ-monument 1945-1962 op 7 september 1999

 

Dames en Heren,

De jaarlijkse terugkeer naar deze plaats is voor velen van u een belangrijke gebeurtenis. Voor mij is het de eerste keer dat ik bij deze Nationale herdenking aanwezig ben. Ik kan u verzekeren dat deze plaats, en de ceremonie tot nu toe, grote indruk op mij maken. Zij bevestigen voor mij het belang van deze plaats voor de veteranen zŤlf, voor de nabestaanden en voor de anderszins verbondenen met allen die ingezet werden in onze voormalige overzeese gebieden. Een plaats om te herdenken en te gedenken.

Herdenken - dat is de belangrijkste functie van dit monument, van deze dag. Wij herdenken de slachtoffers die vielen tijdens het uitoefenen van de taak die hun door het Koninkrijk was toevertrouwd. Deze vaak nog jonge mensen hebben hun leven gegeven. Alles wat de samenleving daar tegenover zou willen stellen schiet tekort. Dat ben ik mij bewust. Maar ik ben blij dat dit monument er ten lange leste gekomen is, opdat de krijgsmacht en de gehele maatschappij blijvend de namen van de slachtoffers die hier in de zuilen en eretafels vereeuwigd zijn in gedachten kunnen houden. En met hen al die anderen: zij die wŤl terugkeerden of zij die de uitzending van een partner of een familielid meemaakten. Allen zijn hier sterk door veranderd. Ik weet dat velen van u geschonden uit deze periode in onze geschiedenis gekomen zijn, hetzij lijfelijk, hetzij psychisch. Deze dag is voor u allen.

Herdenken, maar ook: gedenken. Ik gebruik dit woord met opzet. īGedenkenī is een begrip dat naar mijn oordeel omvattender is dan īherdenkenī. Het bevat een bezinningselement, het biedt ruimte voor een bredere interpretatie. Uw aanwezigheid en het weerzien van kameraden en vrienden roepen bij u allen ongetwijfeld vele gedachten en emoties op. Naast de herinneringen gaan de gedachten uit naar de - gebleken - noodzaak van een doordacht veteranenbeleid. Een beleid dat erop gericht moet zijn nooit meer de fouten te maken waardoor uw generatie veteranen zich zolang machteloos en verlaten gevoeld heeft. Mede dankzij uw generatie weten we nu beter. De maatschappij verandert - ook u bent veranderd in al die jaren - en ik stel vast dat er in onze samenleving meer begrip ontstaan is voor hen die ooit uitgezonden werden. Dat is een goede zaak. Over twee weken legt staatssecretaris Van Hoof de eerste steen voor het Veteraneninstituut. Dit is weer een stap vooruit naar een coherent veteranenbeleid. Met de komst van dit Instituut zal er in Doorn een centrale plek zijn waar de belangenorganisaties, de zorg- en de dienstverleners, samen met het ministerie van Defensie, een werkplek en een aanspreekpunt voor de veteranen hebben. De expertise op veteranengebied zal hier verzameld worden. Dat is een reden waarom het Instituut juist voor u gemakkelijk toegankelijk gemaakt wordt. Ik ben er van overtuigd dat dit de communicatie en de samenwerking tussen de belanghebbenden zal verbeteren. Uiteindelijk is het doel voor allen hetzelfde: erkenning en waardering van veteranen, naast optimalisering van de zorg voor en dienstverlening aan uw groep.

Dames en heren,

Uw generatie legde de fundamenten voor het veteranenbeleid, en daar ben ik u dankbaar voor. U weet dat, met de veranderende rol van de krijgsmacht en de groei van het aantal uitzendingen, het aantal jonge veteranen explosief zal toenemen. Zo zijn er op het ogenblik dat ik hier tot u spreek een kleine 3300 Nederlandse soldaten uitgezonden naar allerlei crisisgebieden. Net als u destijds zijn zij op professionele wijze betrokken bij de uitvoering van ons veiligheidsbeleid. Hun inspanningen en ervaringen komen ten dele overeen met die van u. De soldaten van nu zijn de veteranen van morgen. Het is van groot belang dat de jonge veteranen worden betrokken bij de īveteranenzaakī. Ik denk ook dat de jonge veteranen van u kunnen leren. Van het leggen van contacten tussen veteranen van verschillende generaties ben ik dan ook een groot voorstander. Een voorbeeld zijn de gesprekken, vorig jaar, tussen IndiŽ-veteranen en īDutchbattersī die gelegerd waren in Srebrenica. De oudere veteranen konden hier veel bijdragen aan de beantwoording van vragen die leven bij de jongere. Ik roep u op aandacht te blijven schenken aan de jonge veteranen. Probeer via uw organisaties contact met hen te leggen. Deze gedenkplaats moet haar functie in de samenleving behouden. Wellicht kunnen de jonge veteranen een rol spelen in het voorkomen dat de aandacht voor deze waardevolle plek in de toekomst verslapt. Zou het niet mooi zijn wanneer de tienduizenden jonge veteranen die gediend hebben in Libanon, Cambodja, de SinaÔ, HaÔti, Afrika, BosniŽ en Kosovo zich hier thuis zouden voelen en deze plek zouden kunnen ervaren als een van bezinning en herinnering? Ik zou het dan ook een goede zaak vinden als ook voor alle jonge veteranen Roermond een gedenkplaats wordt.

Dames en heren,

Deze plaats, op deze dag, is een plaats om te gedenken. Uw aanwezigheid hier toont onomstotelijk aan dat de herinnering aan hen die vielen nog steeds levend is. Weest u ervan overtuigd dat ik het als mijn taak ervaar u te helpen die herinnering levend te houden.

Ik dank u.

   

Volg ons

Stichting Nationaal IndiŽ-monument 1945-1962

Postbus 1302

6040 KH  ROERMOND

Mobiel: 06 55 32 83 06

e-mail: secretariaat

© NIM