Banner
Banner

Toespraak van de minister van Defensie Hans Hillen, ter gelegenheid van de jaarlijkse herdenking bij het Nationaal Indië-monument 1945-1962 op 3 september 2011

 

Ridders Militaire Willemsorde, Excellenties, veteranen en nabestaanden van de omgekomen militairen, dames en heren, jongens en meisjes,

 

Onder ons vandaag is veteraan Jan Geraedts, 72 jaar.

De jonge Geraedts had zijn dienstplicht er in 1959 bijna opzitten toen hij op de kazerne in Nijmegen het volgende te horen kreeg.

 

- ‘Geraedts, je moet naar Nieuw-Guinea’.

‘’Maar ik zwaai over drie maanden af’’.

-,,Nou, dat is dan toch mooi. Heb je de laatste maanden nog een mooie vakantie.’’

 

En zo ging de dienstplichtig wachtmeester luchtdoelartillerie richting de Oost.

Niet voor een vakantie.

Maar om te vechten.

Niet voor drie maanden.

Maar voor drie jaar.

 

De strijd in Nieuw-Guinea zou zijn leven voor goed veranderen.

Geraedts zag op Biak het ongeluk gebeuren met de Dakota 079, waarbij het vliegtuig in zee stortte en alle vijf bemanningsleden om het leven kwamen.

Het raakte de luchtdoelartillerist diep.

 

Maar zijn uitzending had ook mooie kanten. Hij maakte kennis met een heel andere wereld. Hij zag exotische dieren en ontmoette Papoea’s die nog nooit in contact waren geweest met de buitenwereld.

Hij leerde de Papoea-bevolking kennen als vriendelijke, gastvrije mensen die met hun moed en kennis van het gebied onmisbaar waren voor de Nederlandse militairen.

Geraerdts trouwde zelfs met een Papoea-vrouw en haalde daarmee het Polygoon-journaal.

Zelf zegt hij over zijn jaren in Nieuw-Guinea: ,,Mijn dienstplicht daar heeft mijn hele verdere leven gevormd.’’

 

Ook hier aanwezig is Ad Tromp, dienstplichtig grenadier.

Tromp is 86 jaar en wie hem in de ogen kijkt, ziet een onverzettelijk man die zijn land heeft gediend in de ware betekenis van het woord.

Na ontberingen in de Tweede Wereldoorlog, waarin hij onder meer een Duits werkkamp overleefde, werd hij opgeroepen voor de dienst.

Met de Klipfontein voer hij naar Nederlands-Indië. ,,We gaan Indië bevrijden’’, dat was de stemming aan boord.

De armoedige omstandigheden van de bevolking, maar ook de verslagen Japanners die tot diep in het stof voor hem bogen, het maakte diepe indruk op hem.

En dan het vele vechten. ,,Het zijn harde knallen hoor, als ze op je schieten,’’ is zijn nuchtere commentaar.

Ook voor Tromp was zijn tijd in Nederlands-Indië richtinggevend voor zijn verdere leven. Tromp was gegrepen door het avontuur van het militaire bestaan en tekende bij voor de Korea-oorlog. Hij is zijn hele leven beroepsmilitair gebleven.

 

Ik wil u nog één verhaal vertellen, het verhaal van Ridder Militaire Willems Orde Albert Hoeben, 93 jaar oud.

Ook Albert Hoeben, de trots van Limburg, is hier vandaag aanwezig.

Tijdelijk korporaal der Mariniers Oorlogsvrijwilliger Hoeben vertrok op zijn 18de , pal na de Tweede Wereldoorlog met de boot naar Nederlands-Indië, 1 stel ondergoed, een tandenborstel en twee gulden vijftig op zak.

Eerst moest hij in Maleisië trainen op de extreme omstandigheden.

Slapen op kale planken in de tropische hitte, tussen de slangen en insecten, met 1 liter water voor de hele dag.

Eenmaal in Indië kreeg hij het meteen voor zijn kiezen: Friendly fire doodde een van zijn mannen uit zijn peloton.

Dan de patrouilles. Die waren verraderlijk. In de woorden van Hoeben: ,,De ene week groette iedereen in de kampong je vriendelijk. De volgende week werd je vanuit diezelfde kampong op leven en dood aangevallen.’’

Op een dag liep zijn patrouille in een hinderlaag.

Hoebens kogels raakten op en hij greep naar zijn bajonet in een man-tegen-man gevecht. ,,Die bajonet was een onding, en wat had ik in de oefeningen een hekel aan dat urenlang bajonetsteken op die pop. Maar toen was ik er wat blij mee’’.

 

Hoeben vocht zich naar voren en overmeesterde acht man in een mitrailleursnest.

Een paar weken later moest hij bij de generaal komen.

Nu was Hoeben natuurlijk ook niet altijd een lieverdje….

Hij had dus wel wat dingen om zich zorgen over te maken, bij zo’n order… J

,,Het zweet brak me uit.’’

 

Maar in plaats van een oekaze over een of ander, kreeg Hoeben iets heel anders van de generaal te horen: ,,Hoeben, het heeft Hare Majesteit behaagd…’’

De korporaal kreeg de hoogste militaire onderscheiding voor zijn daden van moed, beleid en trouw.

Hoeben was vereerd en diep geraakt.

Maar het man-tegen-man-gevecht liet hem niet los.

Hij zocht de aalmoezenier op om erover te praten.

Pas toen die tegen hem zei: “Je hebt het goede gedaan. Het was hij of jij’’, kon hij zijn Willemsorde écht accepteren.

 

Dames en heren,

 

Jan Geraedts, Ad Tromp en Albert Hoeben zijn drie veteranen met ieder hun eigen verhaal.

Net als die andere 6200 veteranen die ver weg van hun vaderland hebben gedaan wat hun regering hen vroeg.

Zij staan vandaag hier, bij dit Nationaal Indië-monument in Roermond om hun kameraden te eren die sneuvelden in de strijd.

Zij vergeten hen niet.

 

Ook Nederland vergeet hen niet.

Dat bewijst bijvoorbeeld de prachtige biografie die onlangs is geschreven over de in het harnas gestorven Generaal Spoor.

Het boek over de ‘triomf en tragiek van een legercommandant’ kan rekenen op veel belangstelling en is zelfs genomineerd voor een belangrijke prijs.

 

Vandaag staan de veteranen hier ook om hun oude kameraden te zien.

Om hen op de schouder te slaan en een borrel mee te drinken.

Zij delen iets, dat niemand anders met hen deelt.

Zij hebben samen tot hun knieën in de sawa’s gestaan, de spanning van het gevecht gevoeld, hun vrienden zien sterven en de ontberingen overleefd.

Zij hebben kameraadschap ontdekt en vrienden voor het leven gemaakt.

Die unieke kameraadschap delen zij hier vandaag.

 

De Indië-veteranen zijn hier aanwezig om hun verhaal te vertellen.

Aan hun kinderen, hun kleinkinderen, aan andere belangstellenden, aan Nederland.

Er is oorlog geweest in Nederlands-Indië.

Er is oorlog geweest in Nieuw-Guinea.

 

Die oorlogen zijn vormend geweest voor het leven van de veteranen, maar ook voor Nederland als geheel.

 

Nederland is anders gaan denken over het kolonialisme.

Nederland verlegde zijn koers.

 

Dat was voor de terugkerende veteraan verwarrend en ook kwetsend.

Uitgestuurd door de regering, in de veronderstelling het goede te doen, hadden zij hun leven gewaagd.

Bij terugkeer wachtte geen nationale waardering maar een zwijgen, en soms erger.

Veel van de Nederlands-Indië-veteranen kozen er daarom voor na terugkomst hun mond te houden.

Ze hadden genoeg oorlog gehad.

Ze wilden rust en werkten aan hun eigen Wederopbouw.

Maar uiteindelijk hebt u aan de bel getrokken.

Terecht.

En met succes.

De veteranen van nu zijn u daar dankbaar voor.

 

Deze oorlogen zijn daarmee ook vormend geweest voor het Nederlandse Veteranenbeleid.

De Nederlandse overheid heeft uiteindelijk naar u geluisterd.

En hoe.

De Nederlandse zorg voor militairen en veteranen behoort inmiddels tot een van de beste ter wereld.

Met expliciete aandacht voor alle gevolgen van een missie in oorlogsgebied.

Voor, tijdens en na de uitzending.

 

Dames en heren,

Er zijn altijd mensen die zeggen: “Moet dat nu, al die herdenkingen van die oorlogen van zo lang geleden.”

Tegen al die mensen zeg ik: Er loopt een rechtstreekse lijn van Indië/ Nieuw-Guinea naar onze recentere missies in Libanon, Bosnië, Irak en Afghanistan.

 

De wapens zijn nu high tech maar de spanning en ernst van het gevecht blijft.

Of, zoals de jonge Bosnië-, en Irakveteraan Pascal Limpens het zegt: ,,Op een gegeven moment merk je dat ze echt op JOU schieten. Dat is gek hoor. Dan wordt het persoonlijk. Dat doet wat met je.’’

Ook de manier van optreden vertoont - ondanks de grote technologische vooruitgang -  overeenkomsten.

In Indië en Nieuw-Guinea lag de sleutel tot succes bij de steun van de lokale bevolking.

Die ervaring hebben wij ook in Afghanistan.

Er wordt door onze militairen nog steeds geleerd van ervaringen uit die koloniale tijd.

Die bijzondere band tussen militairen en lokale bevolking was er toen en is er nu nog steeds.

Nederlandse veteranen zijn nog altijd betrokken bij ‘hun’ missie en de bevolking van dat land. Of dat nu is in Nieuw-Guinea, Bosnië of Zuid-Soedan.

 

De waardering voor de militair is hedentendage groot.

De Nederlandse militair wordt alom gerespecteerd om zijn professionele inzet.

De brede discussie over de inzet van de Nederlandse krijgsmacht is gebleven.

Dat hoort bij een democratie.

Maar dat maakt het er - ook in de 21ste eeuw - voor uitgezonden militairen en veteranen die hun leven waagden, niet altijd gemakkelijker op.

 

Achteraf kritisch bezien of je het goede hebt gedaan, is te prijzen.

Maar in het heden een bestraffende vinger heffen over gebeurtenissen van tóen, - en met de kennis van nu, mensen van toen veroordelen, dat is mij te gemakkelijk.

Wie een afgewogen oordeel wil geven over Jan Pieterszoon Coen, Michiel de Ruyter en Generaal Spoor, dient hun daden te bezien in de context van hun tijd.

 

Hetzelfde geldt voor de inzet van onze militairen, toen en nu.

Zij zijn gegaan in de context van hun tijd.

In díe context hebben zij gedaan wat hen het juiste leek.

 

Wie hier om zich heen kijkt, ziet dat de Stichting Nationaal Indië-monument aan die inzet op gepaste wijze recht doet.

We zien de namen van de omgekomen militairen, ook ná Indië.

We zien het borstbeeld van Generaal Spoor.

We zien ook het monument voor Vredesoperaties met de eeuwig brandende toorts.

Ik heb begrepen dat de organisatie op de lange termijn de latere Nederlandse militaire operaties meer wil betrekken bij deze herdenking.

Een goede zaak om de herdenking actueel en levend te houden.

 

Dames en heren,

 

Wij eren vandaag de Indië-veteranen voor hun inspanningen namens Nederland.

Wij eren ook hun kameraden die vielen in de strijd.

 

Dank u wel.

 

   

Volg ons

Stichting Nationaal Indië-monument 1945-1962

Postbus 1302

6040 KH  ROERMOND

Mobiel: 06 55 32 83 06

e-mail: secretariaat

Bezoekadres:

Maastrichterweg 19

6041 NZ  ROERMOND

GPS: N 51.10.979 E 5.59.314

 

© NIM