Declamatie geschreven en voorgedragen door de heer Pierre Huyskens ter gelegenheid van de Dodenherdenking bij het Nationaal IndiŽ-monument 1945-1962 op dinsdag 7 september 1993


 

HOSPODY POMEYOU

(Heer, houdt haar in uw hand)

 

Dit koor van mannenstemmen

dat zich hier Byzantijns verheft

en in fortissimo

hoog boven deze bomen uit

de wolken treft

en zich met aandrang naar Den Hoge zingt

waar het als een gebed bij God of Allah of Jaweh,

bij de drieŽne Eeuwige binnendringt,

dit koor......

Het zou toch kunnen zijn

dat hier de stemmen klinken

van hen die in dit park vereeuwigd zijn?

Die stemmen kent U toch?

Die van uw zoon of broer of zwager,

en hoe hij klonk; dat weet u nog.

Had hij geen lichte of juist een zware bas?

Had hij de baard nog in zijn keel

en was hij alles behalve een klankjuweel?

Of was hij al een wassende tenor

die redelijk meezong in het plaatselijk koor?

 

U hoort die stem toch weer

als u eens aan hem denkt of naar zijn foto kijkt?

U hoort nog vaak zijn lach

en hoe hij fluisteren en neuriŽn

en wellicht zelfs jodelen kon?

En welke keel hij op kon zetten

bij een verkenners- of soldatenlied.

U weet nog hoe hij 'Lang zal ie leven' zong

als iemand jarig was

en hoe hij in de bevrijdingsroes

zijn stem verhief - die jonge tenor

of die rijpende bas?

Hij had met u de oorlog overleefd.

Dat was toch reden om uit volle borst

voortaan de glorie uit te zingen van vrede,

vaderland en vorst?

 

En u weet ook nog hoe hij klonk

met in de keel die brok

toen hij voor het laatst 'Tot ziens' zei

en voor dat vaderland

naar IndiŽ vertrok?

 

Het zou toch kunnen zijn,

dat zij vanuit hun Eeuwigheid

als een reusachtig koor,

zesduizend stemmen ongeveer,

en met dat Byzantijns refrein:

O'Hospody Pomeyoe

een smeekzang zingen voor hun Heer,

opdat hij hŠŠr toch niet vergeet

die in dit land zo vaak

vergeten wordt, als het om IndiŽ gaat:

de vrouw,

hŠŠr toewijding, hŠŠr offers,

haar moed ook en haar trouw.

Hospody Pomeyoe.

 

Heer, houdt haar in uw hand:

de vrouw die hier zojuist gesproken heeft,

een boodschap, leek het, van haar man,

de legercommandant,

de vrouw die destijds namens hem

zoveel gewonden heeft bezocht,

dag in, dag uit, die met hen meeleed

en met hen voor hun leven vocht,

haar hand vaak in de hunne vouwde,

die vrouw wier lieve stem vanuit Batavia

naar het verre thuisfront klonk

en zoveel moeders moed deed houden;

de vrouw die als een moeder tranen had

voor iedere jongen

die het niet mocht overleven;

de vrouw die zelf haar man,

haar legercommandant,

naar het ereveld van Menteng Poeloe bracht,

en weduwe bleef om zich, om zijnentwil,

haar leven lang,

met consequente moed en kracht

te kunnen wijden aan de gemeenschap van het KNIL:

Hospody Pomeyoe.

 

Heer, houdt haar in Uw hand:

de drie verpleegsters van het Rode Kruis

Catharina van der Ven, Geertruida Leefkens

en Gesina Weggelaar

die destijds, ver van huis,

en met gevaar voor eigen leven, op weg naar Mantingan

een slagveld vol gewonden,

op een trekbom reden en in mitraillerend vuur

een heldhaftige, maar ook een wrede dood vonden.

Hospody Pomeyoe.

 

Heer, houdt haar in Uw hand

al die verplegenden van toen,

ook de Maastrichtse zusters van 'Onder de Bogen',

die wie gewond was of door een kwaal geveld

als ware hij een oorlogsheld

hebben toegedekt

met liefderijk mededogen.

Hospody Pomeyoe.

 

Heer houdt haar in Uw hand:

al die vrijwilligsters van KL en KNIL,

die na 't ontluisterend Japans regiem,

vernederend vooral voor vrouwen,

gemotiveerd, met vastberaden wil,

in wapenrok

aan een beter IndiŽ wilden bouwen

en op haar eigen wijze streden

voor wat toen, in die chaos, nodig was:

ťťrst Orde en Vrede.

Zij zijn niet aan het front

en ťcht onder de wapenen geweest,

die dappere meiden.

Want vrouwen, vond men toen,

moesten vijand, geweld en gevaar vermijden.

Zij wilden echter meer, dan zij mochten doen.

achter de linies, beschut

in het beschermend garnizoen.

Hospody Pomeyoe.

 

Heer, houdt haar in Uw hand:

de moeders die destijds hun zonen

naar de kade brachten,

verbijsterd keken naar de schepen

die na een nťt voorbije oorlog

naar een nieuwe oorlog moesten varen,

aan 's werelds andere kant;

moeders die het nauwelijks begrepen

waarom 'Den Haag' het vaderland beroofde

van zoveel mannelijke jeugd,

van hun gekoesterde bloedeigen kinderen,

alsof die in de Gordel van Smaragd

de teloorgang van een kolonie

zouden kunnen verhinderen;

moeders die later, na slapeloze nachten,

na bidden en hopen in angst en vreze

en na vergeefs wachten

de boodschap kregen uit 'Den Haag':

"Tot ons leedwezen.........."

Hospody Pomeyoe.

 

Heer, houdt haar in Uw hand:

de vrouwen die hun man,

de zussen die hun broer verloren

en gissend, jarenlang,

naar hoe ze zijn gestorven

met hun gedachten door heel die archipel

hebben rondgezworven;

jij, zus, jij, vrouw,

kwam er niet pas een eind aan jouw rouw

toen je hem hier in Roermond

met naam en toenaam vereeuwigd vond?

Hospody Pomeyoe.

 

Heer, houdt haar in Uw hand:

vooral ook haar, die hier vandaag

zo pal staat naast haar eigen veteraan,

de vrouw die hťm niet loslaat,

die hem verzorgt - nee, niet

als een verpleegster, goedkoop, van de staat

maar die oprecht zijn zorgen deelt,

die zijn heldin is, zijn vluchtheuvel

en zijn toeverlaat;

die eindeloos naar hem luistert

als hij vertelt van toen, van alles

dat na zoveel jaren nog niet heelt.

Zij kent zijn dromen en frustraties,

zij balsemt zijn angsten en verdriet,

zij biedt vaak troost en uitkomst

als hij het allemaal niet meer ziet.

Zij torst aan IndiŽ mee

aan wat daar is geleden

omwille van de Orde, omwille van de Vrede.

Zij laat in liefde zich er ook door kwellen,

terwijl zij zich hťťl wel

een ander en een beter leven voor kan stellen.

 

Die vrouw Heer, veteranenvrouw:

houdt haar toch in Uw hand.

Zo bidden U, in dwingend refrein,

de stemmen van hen

die hier vereeuwigd zijn.

Hospody Pomeyoe.

 

   

Volg ons

Stichting Nationaal IndiŽ-monument 1945-1962

Postbus 1302

6040 KH  ROERMOND

Mobiel: 06 55 32 83 06

e-mail: secretariaat

© NIM