Declamatie geschreven en voorgedragen door de heer Pierre Huyskens ter gelegenheid van de Dodenherdenking bij het Nationaal IndiŽ-monument 1945-1962 op zaterdag 7 september 1996


 

DECLAMATIE OPGEDRAGEN AAN WIJLEN DE TROMPETTISTE MONIQUE GARRETSEN

 

Het staat op uw invitatie

voor deze dodenherdenking verkeerd:

dat hier vandaag zou musiceren

met de bekende protocol-signalen

met het Wilhelmus, The Last Post

en de ons zo bekende koralen

de Koninklijke Landmacht-fanfare.

Maar uw kaarten werden al gedrukt

toen de musici nog in leven waren

en verstuurd op die Kwade Dag

dat ze uit het leven werden weggerukt.

 

Wat kan 't zijn geweest Monique,

dat jou bezielde, toen jij vorig jaar

met jouw trompet gevoelig aan jouw mond

stond opgesteld bij dit monument

dat met zijn zuilen en zijn stenen tafels

het beeld wil zijn van wat gebeurde,

lang vůůrdat jij bestond.

Ik zag je kijken naar de lange naald

waarin de tropenzon is verbeeld

die met haar warmte Insulinde

zo rijkelijk bedeelt.

Jij zag de koppen der karbouwen

die met hun primitieve kracht

daarginder 't land helpen verbouwen;

de sawah's zag je, hier in steen geÔmiteerd.

En kijkend naar de kroonduif

wist je wat je was geleerd

symbool destijds van Neerlands

Nieuw Guinea, het mooie sluitstuk

van die Gordel van Smaragd dat 't koninkrijk zich, hoe dan ook,

nog in de lengte van jaren had toebedacht.

 

Ik zie je hier nog staan, de frÍle trompettiste

van dat nog jonge trotse korps, gecomponeerd

uit Limburgse Jagers en Brabantse Genie

tesamen jonge musici,

die hun vak zo uitstekend hadden geleerd

en waarin een rijkdom

aan zuidelijk talent met zorg was geÔnvesteerd.

En toen blies de Dies illa, Dies Irae, die Kwade Dag

waarop je door een hel van vuur moest gaan

eer je God zag.

 

En hoe was daar Monique,

bij de Almachtige, toen jullie daar arriveerden

de toon, het timbre en de sterkte

van de welkomstmuziek?

En toen jullie daar de eeuwigheid betraden,

klonk toen niet, fortissimo,

een jubelende Entrade

van het koor der gesneuvelde veteranen

wier namen hier vereeuwigd zijn

en die jullie met een hartelijke accolade

spontaan in hun midden opnamen?

Moge het zo zijn dat jullie van de fanfare

der Koninklijke Landmacht

door die brandende hercules toch

naar de heerscharen

der cherubijnen en serafijnen

zijn gebracht.

En dat jullie ver voorbij de wolken

veilig in Gods hand

met jullie instrumenten blijvend vertolken

het respect voor die vielen

omwille van Koninkrijk en Vaderland.

 

Het is, Monique, nog maar een jaar geleden

dat wij hier, duizenden aangetreden,

jou zagen staan met je instrument:

Een vrouw die de Reveille deed, de Taptoe

de Last Post

en zonder hapering, zelfs virtuoos

al de signalen blies, die ons

in stil herdenken, sprakeloos,

deed luisteren naar jouw trompet

waarmee jij ons

voor de gesneuvelde kameraden

zo ontroerd in de houding hebt gezet.

 

En weer staan we hier, to remember,

voor het achtste jaar

de Divisie van de Zevende September

in gesloten gelederen bij elkaar.

Jij zou opnieuw Reveille en Last Post

en het signaal van het Wilhelmus

hebben geblazen, het gave geluid

dat vorig jaar in de ruisende regen

boven de bomen uit

naar de hemel steeg.

 

En zie nu op ons neer Monique,

in dit merkwaardige jaar

nu de dienstplicht is opgeschort

en de krijgsmacht exclusief

een beroepsleger wordt.

Maar wat heeft die dienstplicht

niet aan gesneuvelden, gewonden

en vermisten gekost:

als een eeuwig drukkende

niet meer te vergoeden verliespost?

Het was ver voor jouw tijd Monique,

dat de dienstplicht ook voor IndlŽ telde

en dat een kabinetsbesluit

voor meer dan honderdduizend jongens

meldde:

dat zij zonder morren hadden te gaan

om ginder, voor Koningin en Koninkrijk,

een felle Bersiap, de moordende pemoeda's

en een uit de hand gelopen revolte

met man en macht en moed te weerstaan.

Ze hebben, vaak met 't ergste verdriet,

hun dure plicht gedaan,

want zij kenden van de schoolbanken af

dat nu zo onnozel klinkend lied:

ď Ďt is plicht dat iedere jongen

aan d'onafhankelijkheid

van zijn geliefde vaderland

zijn beste krachten wijdt.

Hoezee, hoezee voor Nederland hoezee,

voor Koningin en vaderland

vecht iedere jongen mee".

 

Maar weetje, Monique,

waarom er ook velen zonder morren

zijn gegaan?

Omdat zij begrepen

wat zoveel andere dienstplichtigen,

Amerikanen, Britten, Canadezen

voor de bevrijding van Nederland hadden gedaan.

Voor jou Monique

en voor jouw collega's

voor allen hier verenigd,

hopen wij nu troost te vinden

in 't Otsie Nash. Het brengt ons nader

tot waar jij onverwacht gekomen bent:

bij de Almachtige, Ons aller Vader.

 

   

Volg ons

Stichting Nationaal IndiŽ-monument 1945-1962

Postbus 1302

6040 KH  ROERMOND

Mobiel: 06 55 32 83 06

e-mail: secretariaat

© NIM