Banner
Banner

Declamatie geschreven en voorgedragen door de heer Hans van Bergen, stadsdichter van Roermond, ter gelegenheid van de herdenking bij het Nationaal IndiŽ-monument 1945-1962 in Roermond op 4 september 2010


 

Moeder,
En ook vannacht weer heb ik gehuild, gezocht en gehunkerd
naar uw hand op mijn malende hoofd
maar die ook nu niet kwam.
Ook vannacht zette ik weer als in elke nacht
tienduizend stappen of meer
in mijn levenlange dwaaltocht
om uw verlossende troost te vinden,
En verstikte ik mijn longen
slapend en woelend in mijn bed van schaduwen,
opnieuw met de nooit vergeten zompige lucht van sawa en oerwoud
Om bij het ontwaken net als op elke andere ochtend
alleen te zijn met de nooit zwijgende stemmen
van oude schimmen en herinneringen,
en zonder Uw uitgestoken hand om mijn angsten in neer te leggen
om zo rust en verlossing te vinden.

Moeder,
Mijn lichaam is oud, inmiddels, want ik was erbij,
daar, lang geleden, toen, in De Oost,
waar ik mijn afgebroken jeugd achterliet,
maar het kind in mij dat smacht naar het begrip van zijn moeder
nooit verloor.
We waren met velen, mijn broeders en ik,
toen de zee zich voor ons uitrolde als een loper
naar een land dat wij niet begrepen,
en dat ons niet snapte en opzoog in het verwarrend duister
van een jarenlange vijandige Oostnacht
waarin de eenheid van legers ophield te bestaan,
omdat de redeloze radeloosheid ons alleen nog maar liet vechten
van man tot man,
van schim tot schim.

Moeder,
En al die tijd was U bij me,
droeg ik trots Uw naam als een onzichtbaar vaandel in onze strijd.
Als ik ronddoolde in de bedwelmende verwarring van Guerrillakoorts
en vertwijfeld niet meer wist tot wie ik mijn gebeden moest richten
omdat ik niet meer wist of mijn eigen God mij ook daar,
zo ver weg, nog wel kon horen, stond U naast me
en herinnerde me er in stilte aan
waarom ik daar was en voor wie.
En toen we eindelijk terugkeerden,
zoveel later en voor altijd veranderd,
en met zoveel minder dan erheen,
kwam ik thuis om gehavend in lijf en gedachten
te ontdekken dat Uw liefde en begrip voor mij
waren achtergebleven in de armen van een koperen zon
en in dat verre land dat te mooi was om me voorgoed bang te maken
maar voor altijd mijn lijf doordrenkte met een nooit meer getemperde angst.

Moeder,
Het tropenduel tussen bang zijn en angst heb ik verloren.
Bang zijn, toen, daarachter, gaf me kracht, liet me handelen,
Instinctief, soms goed en soms blind en tegen beter weten in,
maar loste altijd weer op als bang zijn niet meer nodig was,
Maar wat is gebleven, is de Angst, voorgoed in mijn botten gekropen
om niet meer weg te gaan.
De angst, die altijd weer sluimert achter elke gedachte die ik denk,
achter elke zin die ik spreek
En me sinds die eenzame tropenstrijd elke dag verlamt, moeder.

Moeder, Majesteit

En nog altijd bent u bij me,
Nog altijd draag ik Uw naam als een onzichtbaar vaandel
Nu, in mijn eigen stille oorlog tegen angst en verleden.
Mijn tijd wordt schaars.
Bang om te sterven ben ik niet,
maar de gedachte te moeten sterven met de angst
die ik tors na de strijd die ik voerde in Uw naam en voor mijn vaderland
maakt de gedachte aan een afscheid ondraaglijk zwaar.

Majesteit,
Mijn lichaam is oud, inmiddels, want ik was erbij,
daar, lang geleden, toen, in De Oost,
waar ik mijn afgebroken jeugd achterliet,
maar het kind in mij dat zoveel later
nog altijd smacht naar het begrip van zijn moeder
nooit verloor.

Majesteit,
Leg me neer in de verlossing van uw aandacht
En vertel me door uw uitgestoken hand
Als een moeder
Dat ik mijn twijfels, schaamte en angst
Eindelijk af mag leggen en dat alles goed is
om zo rust en verlossing te vinden.


© Hans van Bergen, 4 september 2010

Stadsdichter Roermond

vbergen@home.nl

 

   

Volg ons

Stichting Nationaal IndiŽ-monument 1945-1962

Postbus 1302

6040 KH  ROERMOND

Mobiel: 06 55 32 83 06

e-mail: secretariaat

Bezoekadres:

Maastrichterweg 19

6041 NZ  ROERMOND

GPS: N 51.10.979 E 5.59.314

 

© NIM