Banner
Banner

Openingsgebed door Aalmoezenier Liduina van den Broek, ter gelegenheid van de herdenking bij het Nationaal IndiŽ-monument 1945-1962 in Roermond op 6 september 2014


Dames en heren,

 

Als aalmoezenier, dat is rooms-katholiek geestelijk verzorger bij Defensie, mag ik opnieuw een overdenking uitspreken. Dat geeft mij de kans om alle indrukken die ik het afgelopen jaar tijdens mijn ontmoetingen met veteranen heb opgedaan, te verzamelen en te verwoorden. Vandaag wil ik vooral stilstaan bij mijn ervaringen met IndiŽveteranen. Ik wil trachten hun belevenissen, vragen en noden in een breder perspectief te plaatsen. Want door hun actieve betrokkenheid bij allerlei gevechtshandelingen vormen zij een speciale categorie in onze samenleving, maar ze maken er, na terugkomst, als veteranen toch ook gewoon deel van uit. Ze zijn weer burger geworden, ťťn van ons, met een unieke bagage, dat wel. Mijn vraag is, wat hun levensweg ons nu te zeggen heeft. Wat kunnen wij ervan leren, wat willen wij nooit vergeten en waarvoor zijn wij hen nu nog dankbaar, de doden ťn de levenden.
Bij IndiŽveteranen denken we meestal aan hun jaren als militair in voormalig Nederlands-IndiŽ. Maar feitelijk begint hun bewogen geschiedenis al een aantal jaren eerder, tijdens de crisisjaren en de daaropvolgende Tweede Wereldoorlog. De meesten van hen waren toen tieners, die de oorlog als een leuke en spannende afwisseling zagen van de dagelijkse sleur in een verarmd en wat somber Nederland. Ineens mochten er dingen, die daarvoor nooit konden. Soms kregen ze verantwoordelijke taken toebedeeld, of ze namen die zelf op hun schouders. Anderen troffen het dan weer heel slecht, omdat zij werden opgepakt om te werken voor de Duitsers. Vooral diegenen die naar Duitsland zelf werden gestuurd, hebben veel geleden. Als jongens kwamen ze terecht tussen volwassenen, met wie ze samen moesten vechten om te overleven onder wrede omstandigheden. De jongens die in voormalig Nederlands-IndiŽ zelf waren opgegroeid, wachtte een soortgelijke ervaring, maar dan in de Jappenkampen.

Wat de meeste IndiŽgangers gemeen hebben, is dat ze over hun ervaringen daar nooit hebben gesproken, en nog. Waarom dit zwijgen? Omdat voor een aantal van de gebeurtenissen die zij hebben meegemaakt, gewoonweg geen woorden zijn. Hoe vertel je, aan mensen die er niet bij waren, wat je hebt meegemaakt, wat je hebt moeten doen, of laten, tijdens de uitoefening van je militaire beroep? Beter niets zeggen en gewoon doorgaan, het leven oppakken zoals het zich aan je voordoet, dat was en is hun motto.

Wij, van onze kant, vragen ons nu af hoe ze dit al die tijd hebben volgehouden. En als ze toch Ūets zeggen, is het, dat ze zich optrokken aan hun kameraden, dat ze gedreven werden door hun gevoel voor plicht en eer, maar wel verlangden naar hun familie en geliefden in het verre Nederland, met wie ze slechts per brief contact onderhielden.

Wat ik in deze veteranen het meest bewonder, is hun aanpassingsvermogen. Eerst tijdens de oorlog en de krijgsdienst en daarna, toen ze zich weer invoegden in een Nederlandse samenleving die met de wederopbouw bezig was en weinig oor had voor hun ervaringen.

IndiŽveteranen, ik wil jullie oprecht bedanken voor jullie moed, jullie trouw en draagkracht. En met jullie treur ik om alles wat er in jullie leven kapot is gemaakt en om de onherstelbare verliezen die jullie hebben geleden. Maar ik wil jullie op het hart drukken om toch, nu het nog kan, te praten. Om ons te laten delen in jullie herinneringen, zodat wij ervan leren. En dat hoeft niet altijd leuk te zijn.
Ik wil ter bemoediging en aansporing afsluiten met de laatste strofe van het gedicht ďVredeĒ van de onlangs overleden Nederlandse dichter Leo Vroman, die zelf ook in een Jappenkamp heeft gezeten en daarna de Tweede Wereldoorlog heeft meegemaakt. Hij dicht:

Kom vanavond met verhalen
hoe de oorlog is verdwenen
en herhaal ze honderd malen
en alle malen zal ik wenen.


En ik wil bidden:
Heer onze God,
Terwijl ons hart vol is met gevoelens van mededogen en dankbaarheid nu wij onze gesneuvelde IndiŽveteranen gedenken, willen wij ook blijven wenen om elke dode als gevolg van oorlogsgeweld. Help ons temidden van alle geluiden van oorlog die wij elke dag opvangen, te leren van hen die vechten voor vrede. En dit gevecht kan ieder van ons voeren en op velerlei manieren, met de inzet van onze eigen persoon. Help ons om dit gevecht aan te gaan en te winnen, Amen.

 

   

Volg ons

Stichting Nationaal IndiŽ-monument 1945-1962

Postbus 1302

6040 KH  ROERMOND

Mobiel: 06 55 32 83 06

e-mail: secretariaat

Bezoekadres:

Maastrichterweg 19

6041 NZ  ROERMOND

GPS: N 51.10.979 E 5.59.314

 

© NIM