Banner
Banner

Toespraak van de Staatssecretaris van Defensie de heer C. van der Knaap, ter gelegenheid van de onthulling van het Monument voor Vredesoperaties op 24 oktober 2003


 

Dames en heren, ik wil deze toespraak beginnen met een citaat:

Vannacht heb ik lang wakker gelegen. Ik kreeg de ogen van de man die we gisteren tijdens onze patrouille hebben ontmoet maar niet uit mijn hoofd. Totaal leeg en emotieloos, zo keek hij. Toen hij met ons sprak, lachte hij, maar zijn ogen deden niet mee. Hij keek me aan en toch ook weer niet; hij keek door me heen, alsof hij geen mens tegenover zich had. Hij had veel meegemaakt, veel gevochten, doden gezien, en zelf gedood, dat was wel duidelijk. In die ogen zag ik iets van de gruwelijkheid van die waanzinnige oorlog die zich hier heeft afgespeeld.

 

Zomaar een fragment uit een brief van een Nederlandse militair die voor een vredesmissie in BosniŽ zat. Een fragment dat laat zien hoe uitgezonden militairen vaak indrukwekkende ervaringen meemaken. Het is moeilijk je daar vanuit het keurig aangeharkte en geregelde Nederland een voorstelling van te maken. Het menselijk leed waar onze militaire tijdens of kort na gruwelijke oorlogen mee worden geconfronteerd laat daarom niet zelden diepe sporen na. Korea, Libanon, Angola, Voormalig JoegoslavÔe, Cambodja, Eritrea, Afghanistan, Irak, het zijn verscheurde landen met onvoorstelbaar menselijk leed. Het zijn ook landen waar Nederlandse militairen onvoorstelbaar veel goeds hebben gedaan, waar Nederlandse militairen zich hebben ingezet voor vrede en voor hun medemens. Helaas ging hun inzet soms gepaard met grote offers, met de hoogste prijs.

 

Dames en heren, veteranen en nabestaanden,

Vandaag zijn wij bijeengekomen om met u die offers te gedenken, om stil te staan bij de gevolgen van deelname aan vredesoperaties, maar vooral om onze gevallen militairen te herdenken. Met de onthulling van het monument voor vredesoperaties willen wij uitdrukking geven aan de bijzondere plaats die ook deze veteranen verdienen in de Nederlandse geschiedenis. Met dit gedenkteken doen wij Regering en samenleving - recht aan hun inspanningen. Het monument is daarom zowel een gedenkteken als ook een teken van erkenning.

 

De geschiedenis van gedenken en erkennen heeft in ons land een grillig verloop gekend. Neem het eerbetoon aan de Nederlandse militairen en oud-verzetsstrijders van de Tweede Wereldoorlog. Al snel na de bevrijding in 1945 werd dit eerbetoon - in de vorm van monumenten, herdenkingen en bevrijdingsdefilťs - gemeengoed. Terecht. Nu, bijna zestig jaar later, is het eerbetoon voor de veteranen van de Tweede Wereldoorlog nog steeds springlevend.

 

Hoe anders verging het de veteranen uit IndiŽ en Nieuw-Guinea. Zij konden bij hun terugkeer in Nederland in de jaren vijftig en zestig vooral rekenen op desinteresse, zowel van de zijde van de overheid als van de samenleving. Ook de Korea-veteranen, die tussen 1950 en 1954 deel uitmaakten van ťťn van de eerste VN-operaties, ondervonden een gebrek aan publieke aandacht en erkenning. Nederland stond in het teken van de wederopbouw, op verhalen over de oorlog in IndiŽ of Korea zat niemand te wachten. Het was een tijd van aanpakken en niet van luisteren.

De veteranen van toen hebben tientallen jaren de waardering en erkenning moeten ontberen voor hun inzet en voor de offers die zij in Nederlandse dienst hebben gebracht. Met grote vasthoudendheid hebben de IndiŽ-veteranen in de jaren zeventig en tachtig die waardering en erkenning stap voor stap bevochten. Met de onthulling van het Nationaal IndiŽ-monument in 1988 op deze plek, werd hun alsnog een langverwacht en zeer verdiend eresaluut gebracht.

 

Vandaag, op de verjaardag van de Verenigde Naties, zijn wij bijeen gekomen om de gevallen veteranen die sinds Korea hebben gediend te eren, die zich hebben ingezet voor het herstel en de handhaving van de vrede in zowel VN-operaties als andere internationale missies. Het monument, dat ik zo dadelijk mag onthullen, vormt een plek van bezinning en stilte voor nabestaanden van de Nederlandse slachtoffers van die vredesoperaties, voor de jonge veteranen en voor allen die hun respect willen betonen jegens de militairen die zich hebben ingezet voor de internationale vrede en veiligheid.

Sinds 1950 zijn ongeveer 50.000 Nederlandse militairen uitgezonden geweest naar crisisgebieden over de gehele wereld. Dit aantal groeit nog steeds als gevolg van het Nederlandse beleid om de internationale vrede en veiligheid actief te bevorderen. Zo zijn op dit moment meer dan 2000 Nederlandse militairen in dienst van de vrede uitgezonden naar landen als BosniŽ, Irak of Afghanistan. Ruim 150 Nederlandse militairen zijn echter niet levend teruggekeerd van hun vredesoperatie. Ruim 150 families, waaronder de familie van Kees van Rijn , dragen het verlies van hun dierbare met zich mee.

 

Ook zijn er Nederlandse militairen met een verwonding of ziekte teruggekeerd van ťťn van de talrijke vredesmissies waaraan Nederland heeft deelgenomen. Weer anderen ontwikkelden later alsnog lichamelijke klachten of mentale problemen als gevolg van de uitzending. In de zorgverlening bij Defensie en het Veteraneninstituut zien we bovendien hoe de impact van zoīn uitzending ook de relatie met de naaste omgeving, partners, gezin, familie en vrienden kan belasten.

 

Zo moet ik nog vaak terug denken aan de sergeant die ons ongenadig drilde tijdens mijn militaire opleiding in 1970 hier in Roermond. Ik was gelegerd in de Ernst Casimir kazerne. Mijn sergeant was een echte Korea-veteraan en soms liet hij zich uit over die moeilijke tijd. Hij beschreef me de angst waardoor de Nederlandse militairen īs nachts maar moeilijk de slaap konden vatten. Angst, aangezien het regelmatig voorkwam dat Noord-Koreaanse strijders īs nachts door de linies glipten om slapende Nederlandse soldaten in hun slaap te verrassen. Hij sliep dan ook met het wapen op de borst, gespannen als een veer en continu alert. Dat gevoel, die angst, achtervolgde hem bijna 20 jaar later nog. Zo moest zijn vrouw beloven hem nooit zomaar in zijn slaap wakker te schudden. Hij was bang voor zijn eigen reactie, voor de gevoelens die vanuit zijn onderbewustzijn nog altijd zijn handelen konden beÔnvloeden.

 

Emoties, spanningen en ervaringen kunnen dus jaren later niet alleen de veteraan, maar ook diens omgeving achtervolgen.

 

Voor de militair of veteraan met mentale problemen is het dikwijls moeilijk te beoordelen hoe allerlei ingrijpende ervaringen doorwerken in het leven na de uitzending. Voor de kinderen van uitgezonden militairen is papa na zijn thuiskomst anders geworden. Het herstel van ernstige mentale verwondingen verloopt vaak langs een onzekere route, traag en zonder garantie op succes. Een aparte tekst op dit monument vraagt hiervoor aandacht. Aandacht voor hen die psychisch beschadigd zijn geraakt door deelname aan een uitzending en aandacht voor diegenen die als gevolg daarvan geen uitweg meer zagen in hun leven.

 

Dames en heren,

Niet iedere militair accepteert van zichzelf dat hij of zij kwetsbaar is. Het is vaak moeilijk om over emotionele ervaringen te praten, want een militair is daar niet voor opgeleid en is daar niet mee vertrouwd.

 

Veel veteranen zoeken uit zichzelf dan ook geen steun. Bovendien ervaren zij weinig belangstelling of begrip bij collegaís en vrienden en zelfs bij familieleden of hulpverleners. Hierdoor kan een gevoel van miskenning en isolement ontstaan. Vaak, te vaak, vinden veteranen alleen enige steun bij kameraden of lotgenoten. De bevordering van een cultuur waarin er ruimte is voor emotionele ervaringen, is daarom van belang voor het gezin van de veteraan, voor de doeltreffendheid van de veteranenzorg en voor de defensieorganisatie in haar geheel. Daarbij zijn erkenning, waardering en zorg steeds opnieuw de sleutelbegrippen.

 

De erkenning van en de waardering voor veteranen zijn ook sleutelbegrippen bij de jaarlijkse Nederlandse veteranendag die op 29 juni 2005 voor het eerst wordt georganiseerd. Op de verjaardag dus van de bekendste Nederlandse veteraan, Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Bernhard.

De Nederlandse veteranendag gaat bijdragen tot de maatschappelijke erkenning van alle veteranen, door de samenleving nauwer te betrekken bij het werk van onze mannen en vrouwen in oorlogs- en conflictgebieden, vroeger ťn nu.

 

Dames en heren,

Het monument voor vredesoperaties voorziet in de behoefte van latere generaties veteranen om hun gevallen kameraden te herdenken. Ik wil de Limburgse kunstenaars Wynand ThŲnissen en Dick van Wijk complimenteren met het prachtige ontwerp. Het monument toont Irene, de godin van de vrede. Zij wordt beschermd door een aantal wachters, die symbool staan voor onze uitgezonden militairen. De gevallen wachter maakt ons duidelijk dat dit belangrijke werk niet zonder risico is. Dat sommigen voor hun inzet helaas de hoogste prijs betalen.

 

Met de keuze voor deze plek, op een steenworp afstand van het IndiŽ-monument, wordt bovendien een brug geslagen met eerdere generaties veteranen. Naast duidelijke verschillen in achtergrond en ervaringen van oude en jongere veteranen, zijn er ook belangrijke overeenkomsten. Zo is er de gemeenschappelijke behoefte aan maatschappelijke erkenning en waardering voor hun inzet en voor de gebrachte offers in Nederlandse dienst. Daarnaast is er de niet altijd onderkende behoefte aan goede zorg en contacten met lotgenoten. Bij een deel van onze veteranen blijft die behoefte bestaan, soms nog vele jaren nŠ de uitzending. Veteranen van welke generatie of missie ook moeten dan ook kunnen blijven rekenen op onze zorgverlening.

 

Dit bijzondere monument voor vredesoperaties dient echter bovenal de nagedachtenis in ere te houden van hen die niet zijn teruggekeerd. Zij hebben het grootst denkbare offer gebracht voor de internationale vrede en veiligheid.

 

 

   

Volg ons

Stichting Nationaal IndiŽ-monument 1945-1962

Postbus 1302

6040 KH  ROERMOND

Mobiel: 06 55 32 83 06

e-mail: secretariaat

Bezoekadres:

Maastrichterweg 19

6041 NZ  ROERMOND

GPS: N 51.10.979 E 5.59.314

 

© NIM