Menu  
 

Toespraak van de heer Jo Kneepkens, voorzitter van de stichting Nationaal Indië-monument 1945-1962, ter gelegenheid van de 35e Herdenking op zaterdag 3 september 2022


Excellenties, schout bij nacht, generaals, veteranen, dames en heren,
Graag heet ik u allen van harte welkom tijdens de 35ste herdenking hier in het Nationaal Herdenkingspark te Roermond.
Ook richt ik mij in het bijzonder tot allen, die vandaag deze erdenking hier in Roermond via de live-uitzending op de zender L1, via streaming of op enige andere wijze volgen.
 

Wij herdenken vandaag in het bijzonder de omgekomen kameraden in het voormalig Nederlands-Indië en Nederlands Nieuw-Guinea in de periode 1945
-1962. Wij doen dit bij het Nationaal Indië-monument. Daarnaast herdenken wij de Nederlandse militairen, die sindsdien zijn omgekomen tijdens internationale vredesmissies. Wij doen dit bij het Monument voor Vredesoperaties.

Bij aanvang van deze herdenking blijf ik stilstaan bij een bijzonder persoon voor onze stichting. De heer Jim Overklift Vaupel Kleijn.
Jim was sinds het begin nauw betrokken bij onze herdenkingen. Hij is vandaag éen jaar geleden, hier in het Nationaal Herdenkingspark en in aanloop naar onze herdenking onwel geworden en later op de dag overleden. Hij stuurde jarenlang vele tientallen vrijwilligers aan en had de leiding over de hier achter mij staande banierengroep. Jim stierf in het harnas en zal altijd met deze herdenking verbonden
blijven. Ook zullen wij zijn optimisme en enthousiasme blijven missen.

Het jaar 2022 is een bijzonder jaar. Een jaar met tegenstellingen. Na twee herdenkingen met opgelegde beperkingen door Corona, organiseren wij vandaag een herdenking zoals voor 2020 met vele aanwezigen. Hier zijn wij erg blij mee. Ook vieren wij een lustrum, wij komen vandaag voor de 35ste keer bij elkaar.

Maar enkele maanden geleden waren wij getuige van de uitkomsten van het meerjarig Indië-onderzoek. Iets wat ons allen, hier vandaag aanwezig in Roermond, mogelijk bezig heeft gehouden en raakt. Hierover is veel geschreven en gezegd. Ook wij als Stichting Nationaal Indië monument hebben hier een mening over, die nauw aansluit op de posities van het Veteranen Platform en het Nederlands Veteraneninstituut. Natuurlijk zijn wij teleurgesteld in de uitkomst van het onderzoek en de gepresenteerde conclusies.

Wij proberen te begrijpen hoe dit zo is gekomen. Lag het aan de gekozen vorm van communicatie en de berichtgeving, die in onze ogen toch de plank op verschillende vlakken missloeg. Waren er andere aspecten, die meespeelden?
Is het onderkend hoe belangrijk het is dat het hele verhaal, zeker over deze complexe periode in onze geschiedenis, in een juiste balans van feiten, gebeurtenissen en nuances moet worden verteld en gepresenteerd met allesomvattende conclusies?

Waren de vele positieve bijdragen van onze veteranen, zoals extra ondersteuning, voedselvoorzieningen, medische hulp aan de lokale bevolking en verbeteringen aan de infrastructuur gewoon deel van hun opdracht en niet bíjzonder genoeg om ze derhalve maar nauwelijks in het onderzoek te hoeven te belichten en maar zijdelings in de eindconclusies te benoemen?
Was het niet zo dat het overgrote deel van onze veteranen ondersteunende functies vervulden, zij het bij het korps administratie, bij de geneeskundige dienst of andere verzorgende eenheden?
Zijn deze militairen ooit direct en persoonlijk betrokken geweest bij de handelingen, die tot extreem geweld hebben geleid? Dit alles neemt niet weg dat wij als stichting het plaatsvinden van extreem geweld niet tegenspreken noch goedkeuren.

Maar is het ook niet onvoorzichtig en incompleet om naar de verschillende vormen van geweld te verwijzen, zonder dat er een kwantificatie plaatsvindt? Worden hierdoor niet alle militairen al te gemakkelijk over een kam geschoren. Is het niet verwarrend dat in het boek 'De brandende kampongs van generaal Spoor' door dr. Remy Limpach gesteld wordt dat 'De meerderheid van de
Nederlandse soldaten en officieren met betrekking tot extreem geweld zich correct gedroegen
', maar dat in de eindconclusies van het meerjarig onderzoek de nadruk is gelegd op 'structureel extreem geweld, gepleegd door de Nederlandse krijgsmacht'?

Afsluitend, het is onze mening dat het een gemiste kans is geweest om éen zo compleet mogelijke weergave van gebeurtenissen en feiten, inclusief de benodigde nuances te geven.

U hoort, wij zitten nog met heel veel vragen en mogelijk zal de in februari 2022 gepresenteerde uitkomst aanleiding geven om voor nader onderzoek te vragen. Hierdoor worden onze veteranen verder in het ongewisse gelaten. Dit alles hebben zij niet verdiend.

Het zijn déze veteranen, toen veelal jonge mannen, die in opdracht van onze regering destijds voor vele jaren naar de Oost-Indische Archipel afreisden, ver van huis om aldaar, samen met hun KNIL-kameraden te dienen onder vaak zeer moeilijke omstandigheden en om de orde en vrede te herstellen. Ditzelfde geldt ook voor onze militairen, die aan latere internationale missies deelnamen en ook nu nog deelnemen.

Wij zijn vandaag tezamen rondom het 'Verbindend Monument'. Het is niet meer dan gerechtigheid, dat wij onze militairen gedenken; zij verdienen ons respect en onze dankbaarheid voor de steun die zij toen in Nederlands-Indië, maar ook sindsdien elders bij zoveel vredesoperaties gegeven hebben aan de bevolkingen aldaar.

Daarom zijn we hier! Daarom herdenken wij vandaag de meer dan 6.200 omgekomen militairen in het voormalige Nederlands Indië en Nieuw Guinea. Hun namen staan geschreven op de zuilen van ons Nationaal Indië-monument. Daarom herdenken wij de ruim 200 omgekomen Nederlandse militairen, vernoemd op de tafels van het Monument voor Vredesoperaties.
Wij staan stil bij hen, die omkwamen. Wij delen hun verhalen en noemen hun namen. Wij blijven hen met respect herdenken. Zij brachten uiteindelijk het hoogste offer voor ons vaderland.

Ik sluit nu graag af met het gedicht van Chatfant:
Daar zit je dan; je ogen half geloken
Zacht pratend met een wankeltong, zo heb je nooit gesproken.
Je spreekt over de oorlogstijd
Van dingen die gebeurden
Je wil die dingen zo graag kwijt, na nachtenlang in ’t woelende bed
en herdromen van de strijd.
Je kijkt naar de poppen op de kast,
Die Wajang voor je spelen en je verwacht vergetelheid
In ’t schromend herzien van schaduwspelers in je hoofd,
Die nu je aandacht delen.

Ik wens u allen een waardige herdenking. Dank u voor uw aandacht.

 
  copyright